16-08-2018
Ton Lamers
Inleiding
Men zou kunnen zeggen dat ondernemerschap eerder een juridische staat is waarin men verkeert dan het benutten van economische kansen. Het is voor een ondernemer dan ook niet zelden moeilijk om te kiezen uit de verschillende rechtsvormen waarin men een onderneming wil drijven. Veel aspecten spelen een rol. De twee belangrijkste aspecten zijn evident:
  1. Drijf ik de onderneming alleen of wil ik samenwerken met anderen?
  2. Hoe dek ik mijn private aansprakelijkheid met betrekking tot schulden van de onderne-ming af?

Hierna zal eerst worden ingegaan op de rechtsvorm coöperatie vanuit historisch perspectief daarna zal worden uitgelegd hoe de twee voorgaande vragen zich verhouden tot de rechts-vorm ‘coöperatie’.


Het historisch perspectief
In het verleden werd de coöperatie vooral gebruik voor samenwerkingsvormen in de land-bouw. Het bekendste voorbeeld is dat van meerdere boeren die een melkfabriek of een sui-kerfabriek exploiteren. De economische gedachte achter deze samenwerkingsvorm was dat de boeren een redelijke prijs voor de melk of de suikerbieten wensten te ontvangen en dat kon alleen indien ze zelf eigenaar van de fabriek waren want dan konden ze ook zelf de prijs voor de door hen aangeleverde producten bepalen.
De juridische gedachte achter dit systeem was gebaseerd op de vereniging. De boeren richt-ten alsdan een vereniging op die op zijn beurt de fabriek exploiteerde. Een dergelijke vereni-ging noemden we destijds een coöperatieve vereniging. Tegenwoordig wordt een dergelijke rechtsvorm een coöperatie genoemd.
 

De risico’s van samenwerken met anderen
De voordelen van samenwerken met anderen zijn evident: twee of meer weten meer dan een, de een andere kan zo nodig vervangen, er kunnen grotere opdrachten worden aange-nomen, enzovoorts.
De nadelen en of gevaren van samenwerken zijn wellicht meer talrijk: de ander houdt er een andere toekomstvisie op na, de ander is minder of meer ambitieus, de andere geraakt privé in de problemen, de ander ‘gebruikt de samenwerking wel maar geeft minder terug’. Kortom er ligt gemakkelijk onenigheid op de loer.
Deze onenigheid is op zich al niet plezierig maar de voorbeelden zijn talrijk waarin deze on-enigheid tot financiële problemen kan leiden. Wie een solo-ondernemer is weet dat financi-ele problemen in beginsel maar een oorzaak kunnen hebben, slecht ondernemerschap. On-dernemerschap is namelijk niet alleen maar goed inhoudelijk werk verrichten maar ook het inschatten van risico’s, het voeren van een goede administratie het voortdurend maken van de juiste juridische keuzes enzovoorts. Het is dus zaak om na te gaan in hoeverre de onder-nemer ‘verbonden’ wil zijn met/aan zijn ‘partners’ in de onderneming.
De keuzemogelijkheden van samenwerkingsverbanden zijn:

  1. De Vennootschap onder firma (VOF): In deze rechtsvorm zijn de vennoten hoofdelijk verbonden met de schulden van de onderneming. Dat wil zeggen dat zij ieder voor de volle omvang van de schulden aansprakelijk zijn ongeacht de oorzaak van die schul-den. Hoewel deze rechtsvorm enkele beperkte fiscale voordelen kent is het risico van samenwerken in een VOF dus groot. De maatschap is een variant op de VOF die ge-zien de meeste recente rechtsontwikkelingen niet zelden even risicovol is als de VOF indien het gaat om de hoofdelijke verbondenheid van de ondernemers bij de schul-den van de vennootschap/maatschap. Nadere informatie over de VOF en de Maat-schap is te lezen in nieuwsbrief nr. 3 van Notariskantoor Riteco.
  2. De Besloten Vennootschap (BV): De BV heeft rechtspersoonlijkheid. Dat wil zeggen dat de BV zelf een eigen afgescheiden kapitaal heeft en dat de vennoten in beginsel niet aansprakelijk zijn voor de schulden van de BV. Daar staat tegenover dat het in- en uittreden van vennoten in de BV niet zelden voor problemen kan zorgen als was het alleen al omdat de deelname van vennoten is uitgedrukt in aandelen en dus in geld en de andere veno(o)t(en) niet altijd bereid is of in staat is de aandelen van een uittredende vennoot over te nemen en dus de zeggenschap te behouden. De BV heeft ook vele voordelen die worden beschreven in nieuwsbrief nr. 2 van Notariskantoor Riteco.
  3. De Naamloze Vennootschap (NV): De NV is in beginsel ongeschikt voor kleinere of startende ondernemers en zal daarom in deze nieuwsbrief onbesproken blijven. Na-dere informatie is te lezen in nieuwsbrief nr. 4 van Notariskantoor Riteco.
  4. De vereniging of de stichting: hoewel niet uitgesloten zijn de stichting en de vereni-ging in beginsel niet geschikt als rechtsvorm om een onderneming in te drijven. De vereniging en de stichting zijn beschreven in nieuwsbrief nr. 5 van notariskantoor Ri-teco.
  5. De coöperatie: De coöperatie heeft rechtspersoonlijkheid en is zeer geschikt om met anderen samen te werken zonder dat daarbij ‘vennootschappelijke banden’ zoals hiervoor bij de VOF en de BV beschreven ontstaan. De ‘leden’ van de coöperatie drij-ven in beginsel ieder hun eigen onderneming onder de gemeenschappelijke vlag van de coöperatie. In- en uittreden is in beginsel eenvoudig te regelen in de statuten van de coöperatie. De leden zijn (zie hierna) in beginsel niet aansprakelijk voor de schul-den van de coöperatie of de schulden van de andere leden/ondernemers. Dat laatste ongeacht de bron van deze schulden.
 

Is private aansprakelijkheid in een coöperatie afgedekt?
De wet kent drie varianten op de coöperatie de coöperatie WA (wettelijke aansprakelijk-heid), de coöperatie BA (beperkte aansprakelijkheid) en de coöperatie UA (uitgesloten aan-sprakelijkheid). In het geval van de coöperatie WA zijn de leden hoofdelijk verbonden met de schulden van de schulden van de coöperatie. In het geval van de coöperatie BA zijn de leden tot op zekere hoogte hoofdelijk verbonden met de schulden van de schulden van de coöpe-ratie. In het geval van de coöperatie UA zijn de leden op geen enkele wijze hoofdelijk ver-bonden van de schulden van de coöperatie. De enige voorwaarde die de wetgever stelt aan dat laatste is dat de coöperatie zelf en de leden van de coöperatie in als hun schriftelijke uitingen melding maken van de woorden “coöperatie UA”.

 
Hoe werkt een coöperatie in de praktijk?
Zoals hiervoor beschreven werkt een coöperatie hetzelfde als een vereniging. De coöperatie zelf heeft een bestuur bestaande uit een of meerdere leden van de coöperatie en/of van daarbuiten. Het bestuur vertegenwoordigt de coöperatie en voert de administratie. Het aan- en aftreden van bestuursleden kan naar eigen inzicht worden geregeld in de statuten en het huishoudelijk reglement van de coöperatie. Op het moment dat door een lid werk is verricht voor een opdrachtgever van de coöperatie factureert de coöperatie dat werk aan de op-drachtgever en het lid factureert aan de coöperatie. Het is daarbij gebruikelijk dat een kleine marge voor de coöperatie is ter vergoeding van het administratieve werk door de coöperatie zelf. De verdeling van het werk, de marge voor de coöperatie en andere zaken de wijze van samenwerking aangaande, zijn eenvoudig te regelen in het huishoudelijk reglement van de coöperatie.
 

pdf180210_Cooperatie.pdf289.42 KB16/08/2018, 09:02